Vier tellen

Komende zaterdag, 21 april, is het Record Store Day. Platenzaken, artiesten en muziekliefhebbers proberen dan wereldwijd de moed erin te houden en uit te stralen dat de platenzaak nooit verloren zal gaan. Ik help het ze hopen. We hebben het over die kleine, muffe gribusachtige platenzaakjes waar zo’n prachtige romantiek omheen hangt. Vooral oudere mannen die in een midlife crisis verkeren, willen nogal eens met vochtige ogen terugblikken op de platenzaak die hun leven veranderde.

In mijn geval was dat Bullit in Eindhoven waarmee andere plaatselijke winkels als Elpee, King, Rambam of Van Leest (middle of the road voor watjes) een ongelijke strijd voerden. De zaak is me niet eens zo zeer bijgebleven vanwege de mensen die er achter de toonbank stonden. In veel verhalen figureren ze als wereldvreemde muzieknerds die jou precies wisten te vertellen wat jij mooi zou vinden. Bij mij niets van dat alles, sorry! Ik weet nog dat ene Carlos bij Bullit de scepter zwaaide (hij werkte ook bij De Effenaar en werd later de booking agent van Sonic Youth, zo lees ik ergens op internet) maar voor de rest zijn de mensen van de winkel verzonken in mijn herinnering. We praten ruwweg over de periode 1977-1984. En daarin was Bullit vooral de plek die uitzicht bood op ontsnapping uit de verstikking van mijn ouderlijk huis. Die voelde ik niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. Later bleek waarom: ik was zwaar allergisch voor de wollen vloerbedekking. Hij heeft me jaren naar adem doen happen, zonder dat ik wist wat er aan de hand was. Het versterkte mijn drang om eruit te breken.

Terwijl de huiskamer en de avonden (De Avonden!) gevuld werden met het schijnsel van de treurbuis – mijn moeder zou en moest de Wie Kent Kwis van Fred Oster zien – zat ik met een Pioneer-koptelefoon op mijn hoofd mijn frustraties weg te beluisteren. Met muziek die alleen maar van Bullit kon komen. Het was vooral de winkel van het debuut: steevast blaasde er een nieuw band uit de boxen: Boy van U2, The Ramones, Marquee Moon van Television of The Undertones. Pure opwinding! Twee, drie keer per week bonsde het hart in mijn keel en liep ik er vol verwachting binnen. London Calling zou nu toch binnen moeten zijn? En was Setting Sons niet aangekondigd voor nu? Dat stond immers al tijden op het bord gekrijt? En nu ik er toch was: zou die eerste van Warren Zevon in de bakken staan? Of dat obscure Richard Thompson-album? Verrek, jáááá!!! Even de plaat uit de hoes halen en tegen het licht houden… Geen krassen? Nee? Dan even beluisteren in dat shabby hoekje met zijn beduimelde koptelefoons waarin het oorsmeer van heel shag- en wietrokend Eindhoven, altijd gekleed in spijkerjasjes, zich moest hebben verzameld.

Het gevoel van urgentie – dat wat ik nu zo vaak mis bij het beluisteren van nieuwe muziek, niet gek want wat zou er urgent moeten zijn voor een grijze vijftiger – was er vrijwel bij voortduring. De lucht was zwanger van dingen die stonden te gebeuren. Hoe? Wat? Waar? Wist ik veel! Maar ze gingen gebeuren. Hoe kon je anders constateren na het beluisteren van More Songs etcetera van Talking Heads? Thank You For Sending Me An Angel Precies, daar kwam het wel op neer!

Urgentie… Het kwam bij mij tot een hoogtepunt met Real Life van Magazine. Toen die plaat door Bullit schalde was de sensatie compleet. Het intro van het openingsnummer Definitive Gaze, waarin de wereld zich na 29 seconden opent… So this is real life, you’re telling me!

Er gingen zaterdagen voorbij waarop ik met een lp of zes, zeven in zo’n vierkante tas – waar de wind altijd onder sloeg – naar huis fietste. En dan… die vier tellen die de naald van de Thorens-draaitafel nodig had om rustig dalend het vinyl te bereiken… De verwachting van dat moment… onbetaalbaar.

De internetbarbarij heeft het allemaal de nek omgedraaid. Diezelfde internetbarbarij waarvan ik driftig gebruik maak… We leven in een schizofreen tijdperk.