Draai om de oren

De kop ging weer in het zand. Tien, twaalf dagen lang. Geen kranten, geen praatprogramma’s. Alsjeblieft niet. Mijn standaardreactie op nieuws waar ik geen raad mee weet of waar ik verdrietig van word. Dat gebeurt na gruwelijke aanslagen, en het gebeurde ook na dat krankzinnige Oekraïne-referendum en de voorspelbaarheid waarmee mijn landgenoten, mijn landgenoten, daarop reageerden. Leg een Nederlander de vraag voor of hij voor of tegen is, en dan weet je het wel. Het onderwerp doet er niet toe. Hij is tégen.

Het referendum maakte een radeloosheid in me los waar ikzelf van schrok. Op zulke momenten zijn er verschillende scenario’s denkbaar. Ik laat Land Of Hope And Dreams van Bruce Springsteen door het huis schallen, ik smijt met voorwerpen of – maar dan moet ik weer enigszins tot rust zijn gekomen – ik wend mij tot de Facebookpagina Finding Dutchland. Die is balsem voor de ziel voor elke Nederlander die zijn landgenoten standpunten ziet innemen die ondenkbaar waren in het Nederland waarin hij is opgegroeid. In het Nederland waarin hij geloofde.

De Nederlander is inmiddels al zo’n vijftien jaar boos. Waarom? Dat weet hij zelf niet. Maar hij ís boos. Populisme is van een af en toe terugkerende bevlieging uitgegroeid tot een kwaadaardige tumor. Maar op Finding Dutchland niets van dat alles. Het is de pagina van een Amerikaanse vrouw die sinds een paar jaar in Nederland woont. Om haar familie en vrienden te laten weten hoe het is om hier te leven, heeft ze een droomhoekje gecreëerd. Alice in Wonderland.

De ene na de andere lofzang op ons land kom je er tegen. Hoe de mannen hier meehelpen in het huishouden, waarom Nederlandse kinderen de gelukkigste van de wereld zijn, dat we zo’n relaxed koningshuis hebben en natuurlijk dat wij, it’s really amazing, alles op de fiets doen. Op Finding Dutchland leeft de Nederlandse idylle gewoon voort. Hier kun je blijven geloven dat we dat lieve, gastvrije landje in West-Europa zijn.

Finding Dutchland foto 2

Wie het leest, voelt onwillekeurig weer iets van nationale trots gloren. ‘Kijk, zo kun je het natuurlijk ook zien. Wat hebben we het hier allemaal goed geregeld.’

Maar dan sla je die krant weer open en valt de realiteit rauw op je dak. Je leest over halve zolen die raadsvergaderingen verstoren, over eencelligen die zingen dat ergens een piemel in moet. Of je loopt door de supermarkt… We kennen allemaal dat dreinende, verwende kind waar geen land mee te bezeilen is, of de moeder nou langs het snoep of de ijsjes loopt. Dat kind – dat echt alles al heeft – schreeuwt en stampvoet. Het hoogblonde ettertje – streng brilletje, matrozenhoedje, gooit met tomaten – heet Nederland. En het heeft heel snel een godverdommese draai om de oren nodig.