Generation Gap

20150224_201046

 

 

 

 

 

 

 

‘Tel jij af, Maud?’ Tik tik tik tik… Bammm!!! Daar trillen mijn oorvliezen, want ik sta pal naast het drumstel. Kan niet anders in de kleine repetitieruimte aan de Nijmeegse Patrijsstraat. Werk in uitvoering. De zoektocht naar de f. Plukken op de bas. Het keyboard dat een tapijtje legt op standje ‘strings’. Wanneer precies in te vallen na de bridge? Moet de gitaar niet wat meer laid back? En die snare, is die hier wel nodig?

Mijn jongste muziekprojectje voelt nog altijd wat onwennig. Het begon met een oproepje van collega-zzp’er én muziekvriend Martijn op Facebook. Of er iemand wilde zingen in een beginnend bandje waarin hijzelf gitaar speelde. Ik reageerde met een of andere bevestigende, maar nooit serieus bedoelde, kwinkslag. Want een late vijftiger, grijzend en kalend tegelijk, als frontman van een bandje… dat is toch geen gezicht? Daar hoort een jonge God te staan!

Mmjaah, daar zat misschien iets in maar daardoor moest ik me niet laten weerhouden, zo werd me van meerdere kanten op het hart gedrukt. Want je ben nooit te oud óm… Enzovoort. Dat lullige zetje was voor mij al excuus genoeg om toch nog een flinter te kunnen realiseren van de al bijna uitgedoofde ambitie om ooit nog eens de muziek te spelen waar mijn hart sneller van gaat kloppen.

En ach, het levert in ieder geval een mooie naam op. Generation Gap, een vondst van Martijn, dekt de lading volledig. Er zit ongeveer 38 jaar tussen de jongste van het stel, gitarist Niels, en mij. Martijn, toetsenist Joep, drumster Maud en bassist/docent Jeroen zijn dertigers en veertigers. De kloof uit zich ook in de repertoirekeuze. De ouderen onder ons suggereren wat belegener werkjes die Niels dan weer – begrijpelijkerwijs – als antiek beschouwt. Ai, moeizame onderhandelingen volgen…

Als de keus dan toch gemaakt is, zet Jeroen een paar dagen later de akkoordenschema’s op de mail, bijvoorbeeld van Racoon’s Brick by Brick, John Mayer’s Perfectly Lonely, Morrissey’s The More You Ignore Me of van Friends, geschreven door Martijn zelf. Voor mij zijn die schema’s abracadabra. Maar als zanger zing ik simpelweg de partijen die ik hoor in het origineel. Niets meer, wel minder. Want zingen in een bandje, met al dat elektrische geweld om je heen, is net even wat anders dan zingen in een koor. Geen dirigent die de begintoon geeft, geen andere tenoren waaraan ik me kan optrekken. Ik heb voortdurend het idee dat ik te laag zit en daardoor minder power heb. Zet ik hoger in, dan ga ik ‘knijpen’. Zing ik harder dan gaat de boel rondzingen.

Het gaat hier om een tien weken durend traject voor beginnende bandjes van muziekschool Muziek op Maat. Na een stuk of vijf, zes repetities nam ik mezelf al in stilte voor na die tien weken ook echt te stoppen. ‘Bandje spelen’ kon van de bucket list. Het was leuk en leerzaam maar toch niet helemaal mijn ding. Angelique, de voorzitter van mijn koor Voix Là, kon gerust zijn. Die informeerde af en toe bezorgd of ik dat bandje niet te leuk ging vinden, bang als ze was dat ik mijn biezen zou pakken met een gat in de tenorensectie van het koor tot gevolg. Neuh hoor, geen zorgen.

En dan komt er een mailtje van Jeroen binnen. “We zijn goed op weg met een aantal nummers. Ik heb het gevoel dat we het getroffen hebben met deze formatie, en dat we onderling een uitstekende sfeer hebben! Stoppen we of gaan we door?” Soms zou ik willen dat ik geen Weegschaal was.