B&B

Om een uur of een in de middag bellen we aan bij de Bridgend B&B op de Village Green in Drumnadrochit. Naast de voordeur zit een koperen plaatje aan de muur geschroefd dat blijk geeft van historisch besef en droge humor: ‘In 1832 on this spot absolutely nothing happened’.

De deur wordt open gedaan door een oudere dame met een jeugdig uiterlijk. Ze draagt een schort én een verschrikte blik: ‘Oh dear, zijn jullie er al? De meesten bellen pas rond een uur of drie, vier aan. Jullie bagage is er ook nog niet, I’m afraid.’

Dat kan wel wezen maar op deze enige dag tijdens onze wandelvakantie over de Schotse Great Glen Way waarop we drijfnat de eindstreep halen, zouden we toch wel graag wat droogs aantrekken. Waarop Rosalyn, van de schrik bekomen, raad weet: ‘In jullie kamer hangen twee badjassen. Ga lekker douchen en trek ze aan. Kun je daarna de Wimbledonfinale zien bij de dames. Serena Williams – mind you, I never liked her – against some Polish girl.’

Rosalyn is het type vrouw dat altijd een meisje is gebleven. Als ze onze kamer laat zien, wijst ze op Lucy en hondje George die ook op onze kamer verblijven: twee poppen die een oogje in het zeil houden en een belangrijke functie als kamerbewaarder bekleden. Of wij dan ook goed voor hen willen zorgen, zo vraagt Rosalyn ons bloedserieus en met grote nadruk.

Rosalyn bestiert de B&B in haar eentje, zo blijkt al gauw. Een man is er nooit van gekomen, Molly wel, een King Charles Spaniel die haar naam eer aan doet en tegen wie ze alles kwijt kan. Maar nu lucht Rosalyn haar hart vooral bij ons, de gasten. Zo is een goede kennis, ook al een George, vorige week overleden. ‘Such a shock. Een boom van een kerel, oud-militair, altijd keurig in het pak en in een paar maanden veranderd van een statige man in een zielig hoopje mens. Oh dear.’

Rosalyn maakt zich een beetje zorgen over ‘The Norwegians’ die een andere kamer in de Bridgend bewonen, een vrouw met haar twee kinderen. Het jongetje van een jaar of tien heeft haar hart gestolen want hij is ‘absolutely crazy about Molly’. Zijn oudere zusje van dertien is zo verlegen dat ze nauwelijks een woord uitbrengt. ‘But if she does, she doesn’t speak any English. And she eats so much sugar, can’t be right…’

Als we er een dagje op uit zijn geweest, ’s avonds laat de sleutel in de voordeur steken en stilletjes de trap op denken te lopen – om niemand te wekken, zo maken we onszelf wijs maar vooral om even geen conversatie te hoeven aanknopen, we zijn moe – komt Rosalyn alsnog als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. ‘Did you have a nice day?’ We voelen ons betrapt, ongeveer zoals buurman Emmett van Hyacinth in ‘Schone Schijn’. Waarna staand op de trap steevast alsnog een uitwisseling volgt. Door een half gesloten deur vangen we een glimp op van haar kamer. Alle landschapsaquarellen van bens, glens en lakes, porseleinen hondjes en sierkussentjes met bloemetjesdessins zijn kennelijk naar de rijkelijk gemeubileerde gastenkamers gegaan want we krijgen de indruk dat ze aan haar eigen woongedeelte veel minder aandacht besteedt. Een B&B runnen, dat is vooral een kwestie van opoffering: van ruimte, van privacy en misschien ook wel van luxe.

Als we na drie nachten in The Bridgend afscheid nemen van Rosalyn en haar de hand denken te schudden, maakt zij er een stevige omhelzing van met drie klapzoenen op de wang tot besluit. Hoe moet dat nu met Rosalyn in de stille wintermaanden? We hopen maar dat Molly aandachtig blijft luisteren.