Nina

Er zijn veel redenen om naar La Gomera te gaan. Een ervan is Nina. Althans, ik denk dat ze zo heet. Ik durf het haar niet te vragen want in haar bijzijn verander ik onherroepelijk in een stuntelende stoethaspel. Nina is het stralende middelpunt van de horeca in Vueltas, het havenplaatsje van Valle Gran Rey. Ze is serveerster in Bar Pescador die – in weerwil van de vissige naam – vooral beroemd is om de pollo asado. Aan het begin van de avond draaien er tientallen kippetjes aan het spit in de grill, die vervolgens in no time op de borden van de gasten belanden. Want het is het lekkerste én goedkoopste hoofdgerecht (7 euro) dat het restaurantje te bieden heeft.

Elke avond staan drommen mensen te wachten op een vrijkomend tafeltje op het terras van het eethuisje in de Calle Abisinia, het onopvallende straatje waarin het gelegen is. Maar hoe lekker dat kippetje ook is, ik mag graag denken dat Nina de echte reden voor hun komst is. Ze verstaat de kunst om je met één blik voor de rest van de avond in te palmen. Waarna je het wijnglas nog slechts trillend naar je mond kunt brengen. Ravenzwart haar, gebundeld in een koket paardenstaartje, omlijst haar zachtronde gezicht waarin haar ogen een sensueel spel met haar glimlach spelen. Of nee, het ís geen spel. Nina is volkomen naturel. Ik herinner me een jaar waarin ze me teleurstelde: overdadig aangebrachte make-up veranderde haar in een vamp. De puurheid van haar verschijning was verdampt, mijn droombeeld verstoord. Aan dromen hoort niet gesleuteld te worden, dat verbreekt de betovering. Gelukkig was het een eenmalige faux pas.

Dit jaar werd ik behoorlijk zenuwachtig want een bezoek aan Bar Pescador leek er niet in te zitten. Al geplande afspraken met onze vrienden, en een gesloten deur op en rond Driekoningen (een feestdag die op La Gomera grootser gevierd wordt dan Kerstmis) dreigden roet in het eten te gooien. Maar op onze allerlaatste avond op La Gomera kwam het er dan toch nog van.

Mijn lief vindt het wel iets vertederends hebben dat haar vijftigplusser als een schutterende puber in katzwijm ligt voor Nina. Regelmatig schopt ze onder de tafel zachtjes tegen mijn voet om me te waarschuwen dat ze in aantocht is, weldra ons tafeltje zal passeren en aandacht dus geboden is. Alsof ik dat zelf al niet gezien had. ‘Ja, nú’, fluistert ze, om mij erop te wijzen dat ik de kans heb haar aan te spreken, bijvoorbeeld om de rekening te vragen. Maar voor ik voldoende moed verzameld heb, is ze alweer voorbij gelopen. Eind van het liedje is dat het verzoek om de cuenta toch weer naar haar mannelijke collega gaat. En dan. Dan valt er een warm licht over onze tafel en verblindt Nina me met die onwaarschijnlijke glimlach. De rekening! Met maakt niet uit welk bedrag: dertig, honderd, duizend euro… ik zou het allemaal betaald hebben. Mijn stotterend uitgebrachte ‘muchas gracias’ wordt beloond met een helder, rustig en minzaam uitgesproken ‘de nada’. Ik kan er weer een vol jaar tegen.